Hongerkinderen van Weeshuis naar Poelman

Tijdens de hongerwinter van 1944/’45 werden in het voormalige weeshuis van het OBW aan Kruizebroederstraat 2 ondervoede kinderen uit Amsterdam opgevangen. Het archief van het Old Burger Weeshuis geeft in de stukken van “De Commissie voor evacuatie van ondervoede kinderen” een bijzonder en misschien wel ontroerend inkijkje in wat er allemaal voor kwam kijken om voor 38 kinderen huisvesting te regelen. Het is een tot nu toe onbekend gebleven verhaal.

De kinderen arriveerden eind maart 1945. Een tikkeltje wrang was toch wel dat na de bevrijding van Sneek op 15 april, het Militair Gezag beslag legde op het gebouw. Het Militair Gezag opereerde in de bevrijde gebieden van Nederland namens de Nederlandse regering als dagelijks bestuur en had die bevoegdheid. Na alle moeite die was gedaan om het eigen gebouw in orde te krijgen, moest het OBW in allerijl omzien naar andere huisvesting voor de kinderen. Dat werd uiteindelijk hotel Poelman tegenover het station (nu Rientjes – Notariaat).

De Commissie gaat volhardend en vindingrijk aan de slag. Het idee om de kinderen op te vangen was afkomstig van dokter Jan W. van der Zijpp van de Stationsstraat, die samen met zijn vrouw gedurende de oorlog al vele schuilplaatsen had geregeld voor Joodse kinderen. Van der Zijpp wordt daarom meteen tot “huisarts” gebombardeerd.

Afname 

Het weeshuisgebouw aan Kruizebroederstraat 2 was in 1938 leeg komen te staan, doordat het aantal wezen afnam en het OBW er steeds meer toe overging weeskinderen bij gezinnen onder te brengen. Hier zullen de kinderen worden ondergebracht, maar voor het zo ver is, moet er nog wel het een en ander gebeuren.

In het vrijgekomen gebouw bood het OBW sinds 1938 onderdak aan de collectie van het pas opgerichte Fries Scheepvaart Museum. Dit duurde maar kort, want na 10 mei 1940 werd het opgeëist door de Duitse bezetters die er een Ortskommandatur in onderbrachten. Kennelijk had het gebouw in 1945 deze functie niet meer, want uit de notulen van de Commissie valt op te maken dat er dan twee gezinnen in wonen. Een van de gezinnen kan op de verdieping kleiner gaan wonen, het andere trekt bij familie in. De schoolarts heeft er drie ruimtes in gebruik, maar die zal het met één moeten doen. En tenslotte staat de inventaris van het FSM er nog. De Commissieleden vinden hiervoor plaats op de zolder van het gebouw.

Inventaris

Het blijkt dat de inboedel van het weeshuis in 1939 bij boelgoed was verkocht. Ook het gasfornuis, dat in 1945 node werd gemist. Nadat nog was overwogen ergens een “vuurpot” vandaan te halen waarvan dan “bij een van de machinefabrieken alhier een soort fornuis” van kon worden gemaakt, werd een vervangend exemplaar opgeduikeld bij evacuees uit Zaltbommel, die naar huis terugkeerden.

Er moet een inventaris worden geregeld. De Commissieleden gaan persoonlijk op stap om van alles en nog wat los te krijgen. Uit het resultaat blijkt wel dat spullen tegen het eind van de oorlog erg schaars zijn geworden.

-Fa. Yme Bakker kan verkopen: 12 broodbordjes, 10 vleesvorkjes

-Haweko: 10 borden, 20 bekers, 1 melkkoker, 2 steelpannen

-V&D: 2 theepotten, 4 juskommen, 2 lepels

-Syberen Potma: 3 kamerpotten, 1 melkkoker en enkele glazen

-Fa. Stam: 40 koppen en schotels in huur, melkbekers

-Burgerlijk Armbestuur: 10 platte borden, 10 ontbijtbordjes

-Paviljoen: voor 40 kinderen borden, lepels, vorken, messen enz.

-De Huishoudschool kon weinig hoop geven, omdat reeds veel in gebruik is voor de geëvacueerden.

“Na enige bespreking wordt besloten maar direct beslag te leggen op diverse artikelen”.

Bedden moeten er ook komen. “De Fa. Zandstra schijnt nog zeildoek te hebben dat voor de kribben kan worden gebruikt”. Zandstra heeft inderdaad zeildoek in voorraad en wil dat wel ter beschikking stellen. Het zeildoek wordt aan de zijkanten breed omgezoomd. Als je stokken door de zomen steekt en die ophangt in houten bedden, heb je iets waar je strozakken op kunt leggen. Pepermuntfabriek Tonnema levert 160 suikerzakken. Als je er vier aan elkaar naait en vult met stro, heb je veertig “matrassen”. Aannemersbedrijf Van der Zee zorgt voor het houtwerk en het aansluiten van de nog aanwezige wastafels.

 

Het gebouw, de inventaris en de bedden zijn geregeld. Nu moet er nog een leidersgezin worden gevonden. Dat worden na een sollicitatieprocedure, de heer en mevrouw Seelen. Ook zij krijgen onderdak in het voormalige weeshuisgebouw. Om een aansluiting op het elektriciteitsnet te krijgen wordt bij de Distributiedienst een erkenning als “instelling” verworven en het PEB mag vervolgens de aansluiting regelen. Enzovoorts.

Op 21 maart 1945 arriveren de kinderen met een Stânfriesboot in Sneek. Ze hebben het er goed en de Commissie kan het wat kalmer aan doen. Helaas niet voor lang, want onmiddellijk na de bevrijding dient het Militair Gezag zich aan. Het MG vordert het OBWgebouw en wil er snel over kunnen beschikken. De Commissie moet op zoek naar vervangend onderkomen. Als “uiterste gunst” mag ze het OBWgebouw nog een paar dagen gebruiken. Een aanbod aan het MG om het Administratiegebouw in de Kleine Kerkstraat te gebruiken, wordt niet geaccepteerd.

Verhuizen?

Zouden de kinderen misschien kunnen verhuizen naar de jeugdherberg aan de Geeuw/IJlsterkade? Helaas, dat was al verhuurd aan het Rode Kruis. Tijdens een in alle haast belegde vergadering valt het oog van de Commissie op hotel Poelman. Stante pede vertrekken twee Commissieleden naar het hotel om te horen wat er mogelijk is en gelukkig komen ze even later terug met de mededeling dat ze een akkoord over een vergoeding hebben bereikt.

De plannen voor de verhuizing kunnen meteen worden gemaakt. Besloten wordt onder andere “zich tot de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten te wenden om reeds morgen enige “moffenmeiden” of N.S.B. vrouwen in hotel Poelman te werk te stellen voor de algehele schoonmaak”.

De kinderen verblijven tot 21 juni in hotel Poelman. Dat is de datum waarop hun drie maanden durend verblijf in Sneek is afgelopen. Dokter Van der Zijpp informeert nog even in Amsterdam of de kinderen inderdaad terug kunnen, en ja, de voedselsituatie is daar inmiddels zo verbeterd dat ze met een gerust hart teruggestuurd kunnen worden naar hun familie. En daarmee kwam een eind aan een klein stukje geschiedenis rond de bevrijding van Sneek, dat nog niet eerder is verteld.

De Commissie voor evacuatie van ondervoede kinderen bestond uit deze personen.

-Johannes Schijfsma, voorzitter OBW

-Hendrik Jan Haytink, secretaris/boekhouder OBW

-Ids Schaafsma, was regent van het OBW geweest en is voorzitter van de Commissie

-Evert Metz, steenhouwer

-C. van der Weerd

-J. Noorman, hoofd Bolwerkschool

-B. de Vries, directie Tonnema

-M. Knol, predikant

 


Een unieke foto van het OBWgebouw. Getuige het bijschrift staat het Fries Scheepvaart Museum er op. Deze foto kan dus alleen maar gemaakt zijn in de jaren 1938-1940.

(Foto: Fries Scheepvaart Museum)

Hotel Poelman, dat na de bevrijding in allerijl geschikt werd gemaakt voor de opvang van 38 hongerkinderen uit Amsterdam.

(Foto: Fries Scheepvaart Museum)