Familie Jonker

Melkveehouders in Poppenwier

Peter en Sjoukje Jonker waren 19 en 20 toen ze hun eerste eigen melkveehouderij in Nijland begonnen. Met 28 koeien op stal en 13 hectare land hadden ze het hartstikke druk. Nu lachen ze erom. In juni 2019 is het op de kop af 20 jaar geleden dat Peter en Sjoukje samen met hun drie kinderen, op de OBW-boerderij in Poppenwier kwamen wonen. 

De OBW-boerderij in Poppenwier

De verhuizing naar Poppenwier was niet niks. Als boer verhuis je niet zo snel. Ze gingen van eigen naar pacht, en de boerderij van de familie verlaten lag ook gevoelig. Na tien jaar in Nijland, hadden ze het maximum bereikt en werd de groei belemmerd. Toen de OBW-boerderij in Poppenwier vrijkwam, zagen ze hun kans en solliciteerden ze op de plek. 

 “Er waren 40 sollicitanten, daarvan mochten er vijf op gesprek komen en daar zijn wij uit gekozen.” Sjoukje herinnert zich de details moeiteloos. “Op donderdagavond hadden wij het gesprek, op vrijdagmiddag om 13:30 werden we gebeld dat wij het waren geworden.” Het was voor het eerst in 33 jaar tijd dat er een OBW-boerderij niet van vader op zoon overging, maar dat er ‘vers bloed’ in de OBW-kring kwam. Ze waren beiden verrast. Verhuizen naar de OBW-boerderij bood allemaal mogelijkheden. Dat werd nog eens extra verduidelijk toen ze de koeien van Nijland naar Poppenwier verhuisden. “We hadden toen zo’n 50 koeien en de stal was half­­­leeg”, vergelijkt Sjoukje de ruimte met die in Nijland.

Peter en Sjoukje Jonker met hun kinderen Marije en Arjan en schoondochter Geziena


Ook aan weiland kwam er veel meer bij. “We gingen van 13 hectare naar 40. Samen met het OBW zijn we nog verder doorontwikkeld, hebben we land bijgekocht en stallen gebouwd. Intussen hebben we 135 hectare land in gebruik, waarvan een deel eigen is, een deel van het OBW en een deel wordt gepacht van derden. En we melken nu tussen de 240 en 250 koeien”, vertelt Peter. 

Oog voor de natuur

De familie Jonker is aangesloten bij de duurzame zuivelketen van de Albert Heijn. Die zuivelketen wordt onder andere gefaciliteerd door zuivelfabrikant A-Ware, die daarvoor een aparte melkstroom heeft opgezet. Deze melk komt van boerderijen die duurzamer boeren en van die melk worden kaas en andere zuivelproducten voor de Albert Heijn gemaakt.

“Wij boeren maatschappelijk geaccepteerd”, legt Peter uit. “We doen aan weidevogelbeheer, kruidenrijk grasland voor de biodiversiteit, een deel van het areaal staat in uitgestelde weidatums voor de weidevogels en er zijn twee plas-drassen.”

De familie Jonker vindt het mooi om zo te werken. Zowel Sjoukje al Peter komt uit een boerengezin. Nu zoon Arjan sinds vorig jaar bij in de maatschap is gestapt, geven ook zij het stokje weer door. Ze doen het nu met zijn drieën. 

Boeren worden, zeker de laatste jaren, nogal eens verweten geen oog te hebben voor de natuur. En dat frustreert Peter nog weleens, omdat ze juist zoveel doen. Nog op meer vlakken, dan wat zichtbaar is of waar mensen kennis van hebben. “Wij voeren de koeien bijvoorbeeld met voer wat uit de regio komt”, vult Arjan aan. “Geen soja uit Brazilië. Er wordt geen regenwoud voor ons gekapt.” Dat ze die waardering nu vanuit de zuivelfabriek krijgen is fijn.

OBW, pacht en de maatschappij


Het OBW is betrokken bij de boeren. Er zijn vaste momenten waarop het bestuur de boeren bezoekt en de boeren op hun beurt het bestuur. Onlangs heeft het OBW een cursus geïnitieerd, waarmee ze de boeren handvaten geven om de kringlooplandbouw beter na te streven. “Dat houdt in dat je zo weinig mogelijk input van buitenaf nodig hebt, zo weinig mogelijk verlies hebt en zo laag mogelijke milieu-impact hebt”, vertelt Peter. “Mede dankzij deze cursus, lopen wij een stap voor op onze collega’s.” 

Een verschil tussen een OBW-boer en andere boeren is er niet, zegt Peter. Maar het boeren op een OBW-boerderij zegt anderzijds wel weer wat. Het pachten van het Old Burger Weeshuis vindt de familie mooi, zeker ook om de rijke historie. “Het is een heel mooi instituut. Wij werken hier, betalen pacht en dat besteedt het OBW aan de gemeenschap en dat al 450 jaar”, besluit Peter.