Familie Jansma – Tersoal


Minne Jansma (42) woont samen met zijn vrouw Lies en hun drie zonen op de OBW-boerderij in Tersoal. Daar houden ze een melkveebedrijf met 210 stuks melkvee en zo’n 100 stuks jongvee. Van jongs af aan wist Minne al dat hij boer wilde worden. Iedere middag na school fietste hij gauw naar huis om op de boerderij van heit te helpen.

Thuis op boerderij werkte hij mee in alle facetten van het boerenbedrijf. Minne herinnert hoe mooi hij het rijden op de tractor vond op die leeftijd. “Machtig natuurlijk.” 

Na de lagere landbouwschool en de middelbare landbouwschool, wist hij het zeker: in het boerenbedrijf gaan werken. Maar op die leeftijd heb je nog weleens een mening en hij en heit waren het niet altijd eens. Minne besloot om eens verderop een kijkje te nemen, even afstand nemen. Hij wilde graag wat van de wereld zien en meer ervaring op doen. Zo trok hij naar Nieuw-Zeeland om daar bij een melkveehouder te gaan werken. Dat pakte goed uit. De melkveehouder in Nieuw-Zeeland bleek ook niet de makkelijkst en Minne realiseerde dat het boerenleven in Nederland zo slecht nog niet was. Bij terugkomst ging hij bij zijn heit in de maatschap. 

Minne en Lies met hun drie zonen


Naar de OBW-boerderij

In 2005 kwam de naastgelegen OBW-boerderij vrij. Eigenlijk was de familie Jansma niet zo bekend met het OBW in Sneek en de wijze waarop zij de boerderijen verpachten. “Wij zijn toen met de boer die ophield gaan praten en hij heeft ons ingelicht. Toen bedachten wij dat het echt een kans voor ons was. De boerderij zat op 500 meter afstand van onze melkveehouderij.” 

Wel was de voorwaarde dat er op de OBW-boerderij gemolken zou moeten worden. Dat betekende dat ze moesten verhuizen. Het was maar 500 meter, maar de boerderij met alles wat ze opgebouwd hadden verruilen voor een andere melklocatie, dat was toch even slikken. Zeker voor heit.

Na de sollicitatieprocedure bleek het de familie Jansma te zijn geworden die de boerderij en het land mocht pachten. “Het was voor ons echt een kans. We konden in het dorp blijven, we konden ons eigen land houden, we hadden het land van het OBW erbij en we konden een nieuwe stal neerzetten. Het was een mogelijkheid om te groeien en om met het bedrijf levensvatbaat te blijven”, legt Minne uit. “Als er genoeg verdiend wordt, blijven boerderijen up-to-date. Anders wordt er ook niet meer in de boel geïnvesteerd en verpieteren de boerderijen.” 

Van particulier naar pacht, betekende ook formaliteiten. Minne herinnert zich zijn eerste indruk nog goed. “Het was heel statig. De bestuursleden van de stichting OBW waren allemaal strak in pak. De laatste jaren is het bestuur best wel verjongd, maar ook de pachters. Het is een enthousiast bestuur en ik vind het een mooie stichting. Toen wij gingen pachten was ik ook niet op de hoogte van dat het OBW de opbrengsten van de pacht investeerde in Sneek en omstreken. Dat vind ik ook heel goed.” 

Toen zij in 2005 daar kwamen was heit Jansma al 65. Ze spraken af dat ze nog vijf jaar samen zouden doorboeren en dan zou Minne het overnemen. Nu heeft Minne zo’n 210 melkkoeien, 100 stuks jongvee en 100 hectare land. 

Goede keuzes maken
Niet altijd wordt er positief over de agrarische sector gesproken, maar Minne ondervindt daar niet veel last van. “In de pers is het weleens negatief. Je moet gewoon goede keuzes maken, en je moet mee. Dat is in iedere branche zo. Wij hebben 15 jaar de koeien niet buiten gehad. We twijfelden erover om het te doen, maar om acceptatie en draagvlak te krijgen, moet je soms wat terugdoen, dus toch de koeien naar buiten. Daardoor kunnen we nu wel weidemelk aanbieden. Ook doen we veel aan natuurbeheer.” 

Dat laat zich al vrij gauw zien bij het aanrijden naar de boerderij. Meterslange stroken met wilde bloemen, scheiden de weiden van Jansma van het dorp en de weg. Het ziet er prachtig uit. “Ik vind het zelf ook heel leuk. Evenals weidevogelbeheer. We hebben plasdrassen en uitgestelde maaidata. Zo’n 15 hectare land wordt niet bemest. En als je ziet hoeveel vogels er nog zijn, dat is niet te geloven”, vertelt Minne enthousiast. 

Lies, de vrouw van Minne kent het reilen en zeilen van de boerderij, maar heeft zelf een baan in de kinderpsychiatrie. Minne wil het bedrijf zoveel mogelijk bij de tijd houden. “Wij bouwen nu weer een stuk aan om de koeien meer ruimte te geven. Dan is er straks ook ruimte om nog iemand in dienst te nemen.” Op dit moment is er één vaste medewerker. “Dan kunnen drie gezinnen leven van deze boerderij”, eindigt Minne trots.